Mis en scene

Zelfs een kluizenaar is pas een kluizenaar wanneer er zich een wereld om hem heen bevindt. Ook in dit extreme geval heeft een mens dus andere mensen nodig om zichzelf te defenieren. Ik schreef eerder deze week, op die gekke krijtpop in de stad, “ik = ik & jij = jij”. Maar ik besta niet zonder jij en jij bestaat niet zonder ik, zo sprak Hugo tegen mij alvorens wij de voorlopig laatste EMDR ingingen. Ik wierp nog wanhopig de woorden”cogito ergo sum” in zijn richting, maar het mocht niet baten; ik moest hem wel gelijk geven.


De “ringen” van mensen, zoals velen ze noemen. Ik deel de mensheid liever in in rangen. Het leven is ten slotte één grote theatervoorstelling. Mijn leven draagt vanzelfsprekend de titel “Kris-is” en ik speel de hoofdrol. Soms maakt de kaartverkoper een foutje (in de voorstelling des levens heeft de hoofdrolspeler overigens altijd de kaartverkoop te coordineren). Zo was er eens een man, een familielid, die zijn eersterangs kaartje heeft verscheurd en opgegeten en vervolgens rotte tomaten richting buhne begon te gooien. In de voorstelling des levens gebeurt dat soms, zeker in de Kris-is. Opzich geen onoverkomelijk probleem, zo zou je zeggen.


Definities dus. en in mijn voorstelling altijd gedefinieerd door mijn publiek, logisch want ik is pas ik als jij jij bent. Maar doordat mijn voorstelling een interactieve is geweest, waarin het publiek het podium kon bestijgen en mee kon spelen, soms uit vrije keuze van de regisseur (je raadt al wie dat is) en soms omdat er ook in het theater soms rebelie heerst. Zodoende ben ik een beetje ongemakkelijk geworden wanneer ik alleen op het podium moet staan. Ik heb, in extreme mate, anderen nodig om te bepalen wie ik ben, wat mijn rol is, wat mijn tekst inhoudt en hoe mijn mis en scene gespeeld moet worden. Meerdere malen is mij deze week verteld dat ik in mijn eigen kracht moet gaan staan. Maar wat is die kracht? Wat is een voorstelling voor voorstelling als er geen kip in de zaal zit? Een ontevreden publiek is altijd beter dan geen publiek, want waarom zou je dan nog spelen? Joel en gooi maar, het kan mij deren. Mijn probleem is dat ik mijn publiek als eenheid zie. Al op jonge leeftijd werd mijn publiek rebels, brak in in mijn spel en verneukte mijn keurig opgezet verhaal. En dan, vervolgen

s, als ik de draad kwijtraak – een keurig causaal verband toch? Improviseren leert met niet over één nacht ijs – begint mijn publiek me uit te joelen en fruit naar me te smijten. Een publiek voor de voorstelling des levens is ook opgebouwd uit individuen die allemaal weer een eigen voorstelling te spelen hebben. Zo zit ook ik eersterang bij het theater van anderen (en gooi ik wel eens een eitje?).


Waarom is het zo moeilijk de mensen uit elkaar te houden? In mijn leven geld; zij = zij en ik = uuhh, wat? “jij” is het paraplu begrip voor mijn publiek en slechts de mensen die ik backstage nodig heb voor mijn haar en make-up zijn ontsnapt aan die grote brei in de zaal. Ik haat mijn publiek. Waarom? Omdat het een hypocriete donder is. Neem verantwoordelijkheid voor jij = jij en laat mijn ik dan ik zijn. Ik weet niet wie ik is. Mijn ik staat al jarenlang te krijsen op het podium; roept “doek dicht!! Doek dicht!!” maar de technicus is ook maar een jij = jij. Vanuit de coulissen wordt ik zachtjes aangemoedigd door mijn eerste ring; “kom op Kris, doorgaan, the show must go on”.


En dan, stapt er iemand op uit de eerste rij, klimt met enige moeite het podium op en geeft me een flinke klap in mijn gezicht, zijn verscheurde kaartje in de hand wat hij langzaam naar zijn mond beweegt. “Wat een kut voorstelling” joelt hij. Kan je hem dat kwalijk nemen??


#verhalen