De garnaal


Er was een tijd waarin ik wankelde, nu mank ik slechts nog maar. Er was een tijd waarin het wankelen onherroepelijk leidde tot het vallen; op de meest onverwachte momenten en de meest onhandige momenten ook. Er was een tijd dat ik een schizofrene naarling was, die, half laveloos, tegen de piano hing en andere mensen het geluk misgunde. Of althans, ik wilde ze de blijdschap misgunnen, maar mensen waren daar over het algemeen te aardig voor. Het lukte me niet.


Er was ook een tijd dat ik ervan overtuigd was dat de meeste anderen ook mij het geluk misgunden. Inmiddels weet ik dat dat waar is, maar dat dat niets met mij als persoon te maken heeft. Mensen zijn over het algemeen misgunners; de kunst is te zoeken naar hen die je willen bijdragen en willen delen in je geluk.


Soms kom ik ze nog wel tegen hoor, de mensen, de demonen, uit het verleden. Laatst nog. Ik kwam, ik overzag, ik glimlachte en gaf hem een hand. “Hoi, hoe gaat het”. En wat denk je? Ook hij bleek gewoon een mens! Een mens met zijn nodige onzekerheden, rariteiten en mankementen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.


Het bracht me terug naar de tijd dat ik zo overstuur was, me zo benadeeld voelde door mensen die mij onrecht aandeden. Soms een groot onrecht, soms van het kleine soort. Ik maakte er geen onderscheid in; onrecht is onrecht. Mijn vader bracht toen de term “de garnaal” op mijn pad. Een truc die ik nog steeds regelmatig toepas:


De ongepelde garnaal is een dier, dood of levend, dat er enigszins belachelijk uitziet. Je kunt ze hilarisch karikatureren. Het mooiste van het dier is dat het evenveel hersencellen bezit als het je doet vermoeden. De garnaal is een miscreatie van onze lieve heer. Net als bowlen en cavia's overigens.


Zo stel ik me dus voor, vroeger vaker, tegenwoordig minder, dat de man of vrouw met wie je in de clinch ligt een garnaal is. Probeer het eens; bestudeer een garnaal, dood is makkelijker dan levend, en onthoudt het beeld van het beestje met zijn domme kraaloogjes en zijn zijn belachelijke staartje. Dit beeld roep je op wanneer je praat met een misgunner, een idioot of gewoon iemand die je niet graag mag (hey, wij zijn ook maar mensen). Het werkt als een tierelier!


Ik verdenk mijn vader ervan dat ook hij zijn tactiek regelmatig toepast, zij het in andere situaties. Vroeger, toen hij nog dronk, kon hij ontploffen in openbare- of privéruimtes. Een computer die niet doet wat hij wil, een lange file, een rood stoplicht. Ik vermoed dat ook hij bij een opkomende driftbui het beeld van de garnaal oproept. Op dat moment kan je namelijk niet anders dan glimlachen.


Misschien is het een soort catharsis. Het kan immers altijd erger.


#verhalen