Brief aan mijn lief.

De man die je ooit was

staart me aan met rood-doorlopen

ogen en ik vraag of je me nog lief vindt


Je antwoord is hetzelfde

- gelukkig wel - als altijd

De man die je ooit was

terwijl zij een kindje baarde

trok die lijnen in je onvolmaakte ziel

een glimp van de toekomst zag je

en in dat leven, het hare en het zijne

ben je nog altijd wie je was

toen

En nu ben je hier, telefonerend

met het kind dat ik niet ken maar dat

welliswaar ook mijn gedachten

tormenteert, terwijl de vogel

in de boom achter mijn huis

zijn nest allang verlaten heeft:

winter doet dat met je


De man die je kan zijn

staart me aan met heldergroene

ogen en ik zeg dat ik je lief vind


Ik denk dat je moet vechten, lief

strijden voor de kleine muis die langzaam

ten onder gaat aan de te complexe haat/liefde

van de moeder valk, hoe kan ze anders

dan jagen - het is haar natuur

De man die je ooit was

pakt mijn hand vast en dankt me

en ik knijp zachtjes in die vingers en

hoop alleen maar dat je de man kan zijn

die kiest voor de beste versie

van zichzelf