Croissantjes op zondagochtend.

"Ik geloof niet zo in gevoelens", zei hij. Emotie scheen wat anders te zijn. Opmerkelijk was dat wanneer ik hem vroeg wat dan emotie was, hij uitsluitend voorbeelden van angstige situaties en bijbehorende emoties (gevoelens?) gaf, Ik denk dat hij met het woord emotie met name instinct bedoelde.


De nachten zijn weerbarstig. Slapen is een opgave. De warmte helpt me niet, En wanneer ik in het holst van nacht wakker schrik, badend in een combinatie van angst- en augustus-zweet, realiseer ik me dat hij misschien gelijk heeft, ware het niet dat hij het anders formuleert.


Toen ik klein was, kleiner dan nu, leerde ik wat instinct was. Niet dat het daarvoor niet had bestaan - instinct bezit mens en dier al vanaf de geboorte - , maar ik leerde wat instinct betekent; de oven waar de broodjes liggen te bruinen is heet. Dan is er nieuwsgierigheid. Daaropvolgend is het au, en een gegil om mama. "Niet meer doen", zegt zij. En ondanks mijn eigenwijze karakter en het kinderlijk rebelleren, besef ik me dat zij gelijk heeft. Niet meer doen. Ontwijk de pijn.


Mijn instinct is ergens in de jaren daarna troebel geworden. Ze is er nog, als waakvlam, maar ze laait niet op bij situaties waarin ze dat zou moeten doen. Soms doofde zij volledig, met name wanneer ik de pijn juist opzocht in plaats van het te weren. Of misschien is een betere omschrijving dat mijn instinct omgekeerd evenredig werd. Daar waar de afwezigheid van pijn bestaat, daar heerst het gevaar.


Ik zie de ironie ervan in. Zeker vroeger, toen ik mezelf nog zoveel sneed. Wanneer ik met open wonden op armen en benen door het leven paradeerde, en ik per ongeluk mijn teen stootte aan de poot van de keukentafel; vloeken en tieren. Voor de meeste mensen geldt; er is niets zo erg als pijn. In mijn beleving is pijn een hulpmiddel, maar is er niets zo erg als onverwachtste pijn. Pijn die de wereld veroorzaakt - ik maak geen onderscheid of die wereld een persoon of een keukentafel-poot stuurt als afgevaardigde. Die pijn, die steekt me. Pijn veroorzaakt door mijn eigen toedoen, met voorbedachte rade, is mijn vriend.


Het verschil tussen een instinctieve reactie en een gevoelsmatig handelen is het brein. Instinct duldt geen tussenkomst van de hersenen. Vaak ook omdat een instinctieve handeling abrupt moet plaatsvinden, meestal omdat je anders een kopje kleiner gemaakt kan worden. Gevoelsmatig handelen zie ik als een combinatie van 1. een instinctieve reactie en 2. een weldoordacht uiteengezette analyse van de situatie. Instinct + ratio = gevoel.


Hoe kan het dat het ene mens in een crisissituatie doortastend en rustig handelt, terwijl de andere vanuit paniek opereert?


Wellicht is het de kunst van het leven. Leren wanneer je instinctief en wanneer je rationeel moet handelen. Wanneer dat tot een automatisme is geworden, lijkt het leven me een stuk prettiger en ook veiliger.


En zo kom je, wederom, uit op veiligheid. De gedichten die we uitwisselen getuigen daarvan. Of het gebrek daaraan. De verschillende stormen. De (schijn)heiligen. De aan- of afwezigheid van het Goddelijke. Interventie. Het is een afspiegeling van mijn grote en minder grote crisissituaties.


Ik noem mezelf een gevoelsmens. Na mijn betoog van hierboven, kan ik dat niet meer hard maken. Want mijn instinct is verwrongen, en mijn ratio getroebleerd. Mijn gevoel kan daardoor slechts zelden een juiste afspiegeling zijn. En toch....


Ik geniet van de gesprekken, van de emotie, van de aanraking. Van mijn instinct. Langzaam leer ik mezelf hoe ik vrij moet zijn. Langzaam leer ik.


De oven waar de broodjes liggen te bruinen is heet.


Ik ontwijk haar tot ik zal gaan eten.


#verhalen