Orga(ni)sme

Bedek me onder kussens en behoed

me onder de knuffeldeken - het

verleden haalt me soms nog in

want: de dagen ademen de welleer

en in vroeger rusten we


er is geen mens die aast op onze liefde

en terwijl jij de hort op gaat op zoek naar

takken en twijgjes

melodieën en wijsjes

mannen met meisjes

of andersom

resteer ik hier in het huis waarvan jij me

steeds verzekerd dat het 't mijne is

dat ik hier ben, en niet elders

bij de kaarsen en de stenen en de planten

tot mijn ogen weer verspringen

van bruin naar groen en terug

je houdt me vast terwijl ik blijf duwen

je neemt afstand terwijl ik smeek

heb mij liever

mijn liefste


blijf voor altijd in dit magistraal kasteel

gemaakt van canvas, ergens in Frankrijk

onder die sterrenhemel - waar mijn tante

mij misschien liet zien wat liefde is, in ieder 

geval hoe het voelt overweldigd te zijn


en terwijl mijn lichaam kronkelt

denk ik aan hoe klein we zijn:

het is geen reden

niet te geloven of

gigantisch te

genieten

van wat

mijn lijf

mij geeft