Zucht.

Ze zeggen dat verslaving een ziekte is. Vanuit de theorie weet ik dat dat ook daadwerkelijk zo is. Vanuit mijn eigen ervaring snap ik er helemaal niks van. Feitelijk maakt het me een ervaringsdeskundige van niets. En hoewel ik zelf ontzettend verslaafd ben aan het roken, ik begrijp niet goed waarom mensen die middelen gebruiken die je gedrag en je karakter beïnvloeden niet gewoon kunnen of willen stoppen. Daarnaast snap ik de lol er niet van (hoewel ze dat zelf natuurlijk ook op den duur uit het oog verliezen). Ik drink op een "wilde" avond 3 wijntjes. En wanneer er op een feestje de pillen en de cocaine op tafel komen, vind ik het meestal tijd om af te taaien. Lekker slapen.


Ik ben afgelopen donderdag begonnen met de VERS-training, waarin VERS staat voor vaardigheidstraining emotie regulatie stoornis. Ooit ontwikkeld voor borderline patiënten, inmiddels "breed inzetbaar bij andere psychische problematiek". De intake vond een week eerder plaats, waarin ik met 2 psychologen mijn doelen formuleerde. Van de zo ongeveer 10 punten die besproken zouden worden op de training herkende ik er ongeveer 1, namelijk "ik heb gedachten aan zelfbeschadiging en handel daar soms naar".


Na het gesprek van een uur, waarin de ene psycholoog met mij praatte en de andere driftig aan het meekrabbelen was, werden mijn doelen geformuleerd: 1. Ik wil leren omgaan met de boosheid van anderen en 2. Ik wil minder automutileren, zo sprak psycholoog #2. Ik zei vrijwel meteen dat doel twee niet iets is wat ik nastreef. Na een vragende blik legde ik uit dat mijn automutilatie in het verleden een probleem is geweest. Wanneer ik psychotisch was en meermaaldaags een scheermes in m'n armen zette. En dat ik door de dopamine overload geen pijn voelde en ik dus meer en dieper ging snijden. En ik vertelde over mijn periodes in de kliniek wanneer ze mijn messen afpakte en ik mezelf moest branden met mijn half opgerookte sigaret.


Dat was toen. Tegenwoordig snijd ik mezelf nog zo 1 a 2 keer per jaar. En persoonlijk vind ik dat niet zo'n probleem. Dat legde ik vervolgens uit aan de psychologen: je hebt mensen die zichzelf elk weekend 3 dagen tegen de vlakte zuipen om de ellende te hanteren, ik vind wat ik doe een stuk minder ongezond.


Het ongeloof was enigszins af te lezen op de gezichten, ondanks de pokerfaceskills van een degelijk psycholoog. Het doel werd geherformuleerd naar "Ik wil meer grip krijgen op de gedachten omtrent automutilatie". Oké, daar kon ik me wel in vinden, want ookal gebeurt het niet vaak meer, de gedachte aan is een stuk vaker aanwezig dan het mes zelf. Ik geloof dat ik er wel redelijk grip op heb hoor, maar je moet wat in te brengen hebben bij zo'n groepstherapie.


Is dit mijn verslaving? Ik denk het niet. Hoewel het snijden raakvlakken heeft met zij die bijvoorbeeld een zucht naar alcohol hebben. Maar toch. Ik snap niet waarom mensen zoveel drinken. Ik snap niet waarom hij zoveel drinkt. Ik weet wel waarom ik mezelf snijd zo nu en dan. Het opbouwen van spanning, mentale spanning, psychotische spanning, emotionele spanning, zorgt ervoor dat ik soms, maar inmiddels zelden, letterlijk moet aderlaten. Om dat nou meteen een emotie regulatie stoornis te noemen vind ik overigens wat ver gaan.


Al schrijvende besef ik waarom ik alcohol- of drugsverslavingen niet begrijp. Als je mijn automutilatie als verslaving ziet, is het een verslaving om de controle te behouden. Ik snijd mezelf zodat ik mezelf weer volledig in de hand heb. Wanneer iemand drinkt of drugs neemt, doet hij dat (denk ik?) om de controle even te verliezen. Even opgaan in een roes, even niet hoeven of kunnen nadenken. Klopt dat?


De eerste trainingsdag was een kleine ramp trouwens. We zaten met een groep van 4 cliënten, allen vrouw, leeftijd tussen 25 en 41. Naarmate het cursusmateriaal besproken werd, en er dieper op ingegaan werd, werd ik met name geteisterd door de gedachte "wat doe ik hier?". Pannetjes die van stilstaand water tot overkoken overgaan en terug. En dat meerdere keren per dag. Ik herken het niet en daar ben ik blij om.


Ook moest ik mezelf behoorlijk inhouden toen de term borderliner besproken werd, en alle meiden overgingen in snoeiharde verdediging. Het stigma wat erop rust. Knettergekke en manipulatieve mensen. Als ik eerlijk was geweest had ik op dat moment gezegd dat ik, ondanks dat ik zelf zo bezig ben met stigmabestrijding, ik me behoorlijk herken in die afkeer. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar ze vormen je als mens met een mening en een ervaring. En waar ik driemaal in mijn leven om ben gegaan met iemand met borderline, in verschillende intensiteiten, ben ik inmiddels heel voorzichtig met contact maken of vriendschap sluiten met mensen met die diagnose. Nogmaals; ik zou niet moeten willen werken als ervaringsdeskundige.


Ik zucht nog eens diep. Zucht om zijn zucht. Om mijn eigen. En ik probeer het allemaal weer op een rijtje te krijgen. Doorgaan. Blijven ademen. De tijd zal het ons leren. En wellicht dat een training daarbij helpt.